U bent hier

Belastingverordening op de leegstand van gebouwen en woningen

Wat?

Leegstaande gebouwen en woningen, die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

Zolang het leegstaand gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de belasting van het aanslagjaar verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.

Indien het gebouw of de woning ook opgenomen is in het verwaarlozingsregister, dan is de belasting verschuldigd per afzonderlijke opname in het verwaarlozingsregister en het leegstandsregister.

Wie?

De zakelijke gerechtigde over het leegstaand gebouw of de woning, op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd is.

Onder zakelijk recht verstaan we, de houder van één van volgende rechten:

  • de volle eigendom
  • in voorkomend geval, het recht van opstal of van erfpacht
  • in voorkomend geval, het vruchtgebruik

In geval van onverdeelbaarheid is elke houder van het zakelijk recht de belasting verschuldigd in verhouding tot hun deel in het goed.

Prijs?

De belasting bedraagt:

  • 2.500 euro voor een leegstaand gebouw
  • 1.500 euro voor een leegstaande woning
  • 300 euro voor een leegstaande kamer

Vanaf het derde opeenvolgende aanslagjaar wordt de bovenvermelde belasting verdubbeld.

Uitzonderingen

Welke vrijstellingen voorzien we?

01. Persoonsgebonden:

  • De belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling of in een ziekenhuis, voor zover de belastingplichtige de laatste in de woning gedomicilieerde bewoner is. Het bewijs van het verblijf wordt geleverd door de instelling waar de belastingplichtige verblijft. Deze vrijstelling geldt enkel voor een periode van twee aanslagjaren, volgend op het eerste belastbaar aanslagjaar.
  • De belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, voor zover de belastingplichtige niet zelf de oorzaak is van de gerechtelijke beslissing en de laatste in de woning gedomicilieerde bewoner is. Bewijsstuk gerechtelijke beslissing dient te worden toegevoegd. Deze vrijstelling geldt enkel voor een periode van twee aanslagjaren, volgend op het eerste belastbaar aanslagjaar.
  • Een nieuwe verkrijger van het zakelijk recht, gedurende twee opeenvolgende aanslagjaren na het verkrijgen van het zakelijke recht. Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten van het zakelijk recht aan:
    • vennootschappen waarin de vroegere zakelijke gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert in het aandeelhouderschap;
    • vzw's waar de zakelijk gerechtigde lid van is.

02. Gebouw of woning:

  • die gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan;
  • die geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning / omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
  • die beschermd is als onroerend erfgoed en daarvoor een erfgoedpremie is aangevraagd. Deze vrijstelling geldt vanaf de aanvraag tot twee jaar na de beslissing over de aanvraag;
  • die vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van twee jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging;
  • die onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor een periode van één jaar na het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod;
  • die gerenoveerd wordt. Een woning of een gebouw wordt gerenoveerd als:
    • het gaat om handelingen die vergunningsplichtig zijn, blijkens een niet vervallen omgevingsvergunning voor het herbouwen, verbouwen of uitbreiden van de woning of gebouw; Deze vrijstelling geldt slechts voor een periode van twee jaar volgend op het uitvoerbaar worden van de omgevingsvergunning. De belastingplichtige kan deze vrijstelling voor hetzelfde gebouw of dezelfde woning éénmaal inroepen;
    • indien het gaat om niet vergunningsplichtige handelingen, een goedgekeurde renovatienota wordt voorgelegd. Deze vrijstelling geldt voor een termijn van één jaar en kan éénmalig met dezelfde periode verlengd worden. De belastingplichtige moet voor deze verlenging een verzoek richten aan de administratie met motivatie waarom het tijdschema niet kon gevolgd worden.
  • die krachtens decreet beschermd is als monument of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument. Deze vrijstelling geldt vanaf de aanvraag tot twee jaar na de beslissing over de aanvraag;
  • die leegstaat wegens overmacht, waarvan de belastingplichtige de bewijslast draagt.

Hoe kan ik genieten van een vrijstelling?

  • Een vrijstelling kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de administratie.

  • De vrijstelling van de belasting heeft geen impact op de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister. De anciënniteit van opname in het leegstandsregister blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Als de reden van vrijstelling komt weg te vallen, zal de heffing berekend worden op basis van de begindatum van opname in het leegstandsregister.

 

Regelgeving

Wanneer moet ik de belasting betalen?

Je ontvangt in de loop van het aanslagjaar een aanslagbiljet van het gemeentebestuur.

Hoeveel tijd heb ik om te betalen?

Je hebt twee maanden de tijd om het aanslagbiljet te betalen. Schrijf het bedrag over via het rekeningnummer dat vermeld staat op het biljet met de vermelding van de bijhorende gestructureerde mededeling.

Wat als ik niet akkoord ga?

Als je niet akkoord gaat met het aanslagbiljet, kun je een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen.

Dit bezwaarschrift moet je schriftelijk en ondertekend indienen met een duidelijke opgave van de redenen waarom je niet akkoord gaat met de belasting. Indien je wenst gehoord te worden, moet je dit uitdrukkelijk vermelden in je bezwaarschrift. Je moet dit doen binnen de drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

Als de belastingplichtige bezwaar kon indienen tegen de opname in het leegstandsregister, kan hij bij zijn bezwaar tegen de aanslag, de opname in de inventaris niet meer betwisten. Bij uitzondering kan het wel als de ingeroepen gronden tot bezwaar na de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister zijn ontstaan.

Bekijk ook