Munte

Wat?

Historiek schrijfwijze

Monte (990), Munte (1070-1287), Monthe (1129), Munthe (1230)

Oorsprong van de naam

Het toponiem ‘Monte’ werd voor het eerst in 990 vermeld. Volgens sommigen werd de naam afgeleid van ‘mun’, Germaans voor ‘grafplaats’. Anderen zien de naam afgeleid van ‘moen’, wat natuurlijke heuvels betekende. Een soortgelijke verklaring laat de naam terugkeren naar het Romaanse Montem. De gemeentenaam, waarvan de oorsprong dus in de vroege middeleeuwen wordt geplaatst, houdt een verwijzing in naar de heuvelrug die doorheen het grondgebied loopt en waarop zich het dorpscentrum ontwikkelde.

In Munte bevinden zich ook andere heuvels, wat in de lage gebieden oorspronkelijk voor vijvers en plassen zorgde. Deze natte gebieden werden na de 17e eeuw landbouwakkers. Het landboek van 1643 vermeldt ook de aanwezigheid van verschillende bossen. Munte was steeds vooral een agrarische gemeente.

Archeologische vondsten: vroege bewoners

Rond 1852 werd een prehistorische vuurstenen bijl gevonden en een Romeins vaatwerk. Het is echter niet zeker dat Romeinen zich hier vestigden; het kan gaan om de resten van een Romeins legerkamp. Er werden in het verleden ook diverse grafplaatsen gevonden in Munte, die verwijzen naar de aanwezigheid van Gallo-romeinen.

Middeleeuwen en nieuwe tijd

De aanwezigheid van een feodale motte verwijst naar het verblijf van de heren van Munte nabij het centrum van het dorp. De site is echter nooit archeologisch onderzocht en er zijn geen historische gegevens bekend omtrent de oprichting en de evolutie van de site.

De heren van Munte worden al in het begin van 11e eeuw in bronnen vermeld. Aanvankelijk behoorde Munte toe aan de graven van Vlaanderen. Bij de ruil in 1228 van Melle, Gontrode, Landskouter, Bottelare, Melsen, Schelderode en Gentbrugge voor Merelbeke en Niepkerke, ontbrak het grondgebied van Munte. Het grootste deel van de gemeente was op dat moment dan ook in handen van de Gentse Sint-Pietersabdij. Rodolf van Rode wilde het gebied aan het Land van Rode toevoegen en ruilde daarom de heerlijkheid Zevergem voor alle gronden in Munte. Vervolgens gaf hij het in leen aan een voorname familie die de naam ‘van Munte’ droeg maar die echter na 1445 geen opvolgers meer had. Heel wat gronden kwamen op dat moment in handen van andere vooraanstaande families waarmee de vrouwelijke lijn van de heren van Munte gehuwd was. Vanaf dan verdween wellicht de heerlijkheid van Munte, want deze wordt nergens nog vermeld. Wel bestond er in 1460 nog steeds een vierschaar met een baljuw en zeven schepenen voor de lagere rechtspraak; voor de hogere rechtspraak fungeerde de vierschaar van Bottelare en Makegem.

De heren van Rode hadden op het grondgebied van Munte een aantal achterlenen, waaronder het kasteel ter Zinkt, de heerlijkheid van Loore, de Motte, het Upperhof, Hans Betsgoed, Goed ter Hasselt. Het kasteel ter Zinkt beschikte over twee neerhoven en omliggend akkerland, bossen en weiden. De wallen en de latere fontein van het heerlijke kasteel werden voorzien van water door een hogerop gelegen bron. Over de wal lag een houten brug. Een dreef leidde van het kasteel naar de toenmalige kerk.

Tekening van het kasteel Ter Zinkt van Munte zoals het er tijdens de middeleeuwen zou uitgezien hebben.Het kasteel was in handen van achtereenvolgende de families van Broucom en van Riviere. Zij hielden ook een leen in de heerlijkheid van Woelputte in Schelderode. Toen er in 1693 geen nakomelingen meer waren, werd het geheel na verkoop aanvankelijk opgesplitst, maar door Abraham van den Bemden terug tot een geheel gebracht. Het kasteel was een middeleeuws slot dat veel schade leed tijdens de diverse oorlogen en verschillende keren gerestaureerd werd waardoor er verschillende bouwstijlen in voorkomen. Zo werd het in het midden van de 17e eeuw verwoest tijdens de oorlog tussen Spanje en Frankrijk. Eind 18e eeuw of begin 19e eeuw was het bouwvallig en werd grondig verbouwd tot een lustgoed. In 1845 kwam het in handen van de familie Godschalk-Vergauwen; eind 20e eeuw werd de familie Vanderstraeten eigenaar.

In de 17e eeuw werden ook enkele grote pachthoven aangetroffen in Munte, waaronder Goed ter Heide, Meierijstede, Hof ten Ruspoele, Lankbeenstede, Steden ten Steendamme, Joren Fransstede en Vondelmanstege. De ‘Clays van Muntestede’ werd al in 1643 aangetroffen bovenop de Asselkouter. Ze was met de Hundelgemsesteenweg verbonden door een zandwegel. In de onmiddellijke nabijheid bevond zich een houten korenwindmolen, gelegen op de Muntekouter en waarvan het molenaarshuis zich in de Torrekensstraat bevond. De molen werd in 1945 gesloopt.

De houten molen van Munte, afgebroken in 1945. De molen stond langs de Hundelgemsesteenweg op de Muntekouter. Het ‘Hof van Quaetham’ werd in de 18e eeuw gebouwd op de rug van de Asselkouter en was voorzien van een paardenrosmolen. Beide hoeves maken deel uit van het beschermde dorpsgezicht van Munte.

De Sint-Bonifatiuskerk, oorspronkelijk gelegen in de huidige Torrekensstraat, kreeg zwaar te lijden onder de vele onlusten in het Gentse. Ze bestond al in 1129 met patronaatrecht door de Gentse Sint-Pietersabdij. In 1644 werden alle kostbaarheden er ontvreemd en bleef het gebouw jaren buiten gebruik. Het kerkarchief ging in 1649 in vlammen op. In 1862 bevond ze zich in zo’n vervallen toestand dat de misdiensten doorgingen in de pastorij. Er werd besloten een nieuwe kerk te bouwen en de oude te restaureren. Uiteindelijk werd het oude gebouw toch gesloopt in 1888. De nieuwe huidige kerk werd voltooid in 1867.

Schilderij van de eerste kerk van Munte

Nabij de oude kerk bestond al in het midden van de 17e eeuw een calvarieberg met de beelden van Christus, Maria en Johannes. In 1728 werd op de calvarieberg een kapel opgetrokken. Na jaren in bouwvallige staat te hebben verkeerd, stortte deze in en werd omstreeks 1879 vervangen door de neogotische grafkapel, ter nagedachtenis aan Sophia Theresia Joanna Vergauwen (1792-1879). Deze werd in de tweede helft van de twintigste eeuw gerestaureerd.

De Sint-Bonifaciuskerk van MunteNabij de vroegere kerk werd in 1642 een stuk grond geschonken door de heer van Loire om er een nieuwe pastorie op te bouwen. Deze werd in 1783 verbeurd verklaard, waarna een andere pastorie gebouwd werd op een perceel dat de toenmalige pastoor bezat. In 1858 werd het gebouw met een verdiep verhoogd en voorzien van een nieuwe gevel in 1976. De pastorie bleef functioneel tot in 2003 en na een periode van leegstand  aangekocht door het gemeentebestuur van Merelbeke die ze restaureerde en sinds 2013 een nieuwe bestemming gaf als toeristisch centrum.

Een school bestond al in de 1e helft van de 17e eeuw en werd ingericht door de toenmalige pastoor in een stal. Begin 1900 werd op een perceel nabij de kerk een nieuw klooster met schoolgebouw opgericht. De zusters van de O.-L.-V.- Visitatie namen op 19 september 1905 hun intrek in het klooster en verzorgden het onderwijs. In 1980 werd het klooster opgeheven. Het klooster maakt deel uit van het beschermde dorpszicht en kreeg een nieuwe bestemming als school.

Nieuwste tijd

Tijdens de Patriottenbeweging in 1790 werd een vrijwilligerskorps opgericht dat op 12 juli de eed van trouw zwoer aan de Verenigde Nederlandse staten.

Bunker D14 in de Hazenlos werd gerestaureerdIn Munte treft men 25 betonnen bunkers aan die voor de Tweede Wereldoorlog in opdracht van het Belgische leger gebouwd werden en deel uitmaakten van het Gentse Bruggenhoofd, een nieuwe verdedigingsgordel ten zuiden van Gent en gelegen tussen Kwatrecht en Astene. Ook in Bottelare, Schelderode en Melsen bevinden zich enkele bunkers. Door de snelheid van de ‘Blitzkrieg’ kwam het in de deelgemeenten van Merelbeke nooit tot gevechten.

Naar aanleiding van Koninklijk Besluit van 17 september 1975 volgde een fusie met Merelbeke en werd Munte vanaf 1977 een deelgemeente.

Het centrum van Munte is beschermd als dorpsgezicht is beschermd sinds 29 februari 2000.

Contact & openingsurenOpeningsuren en contact

Waar?

Dienst archief
Gemeentehuis (tweede verdieping)
Hundelgemsesteenweg 353
9820 Merelbeke

Openingsuren

Vandaag: tot
Morgen: tot en van tot

Contact

  • 09 210 33 05
09 210 32 99
archief [at] merelbeke.be

Bekijk ook

  • Het Land van Aalst was het volledigegebied tussen de Schelde en de Dender.

  • Het Land van rode telde 17 gemeenten en reikte tot Gent.

  • Merelbeke was oorspronkelijk een gebied met enerzijds bossen en heide en anderzijds zeer waterrijke gronden.

  • Lemberge beschikt over uitstekende grond voor landbouw en was tot in de jaren 1970 een agrarische gemeente.

  • Melsen was altijd overwegend agrarisch en heeft ook vandaag nog een landelijk uitzicht.